© 2013 Gitaarschool Niesten. Proudly created with Wix.com

    Begrippen

     

     

    Op deze website worden begrippen gebruikt die niet voor iedereen bekend zijn, zeker in het gedeelte over de geschiedenis van de gitaar. Op deze pagina doe ik een poging de belangrijkste begrippen, die niet in de tekst worden uitgelegd, op een begrijpelijke manier te verklaren. Je kunt de begrippen op alfabetische volgorde vinden. Cursieve woorden staan elders in de lijst uitgelegd.

     

    Onderaan de pagina vind je nog een tekening van de gitaar, met daarbij de belangrijkste onderdelen benoemd.

     

    --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

     

    Achterblad

    De achterkant van de gitaar of luit. Deze kant rond of plat zijn, afhankelijk van het instrument en de periode waarin het gebouwd is.


    Air de cour

    Een populair type vooral vocale muziek in Frankrijk in de late Renaissance en vroege Barok. Vaak was deze muziek te horen aan het Franse hof.


    Akkoordspel

    Het spelen van akkoorden op de gitaar, ook wel rasgeado genoemd. Dit in tegenstelling tot appuyando, het los spelen van de noten, of polyfoon spel.

     

    Appuyando

    Het plukkend spelen van de snaren, waarbij de snaren onderling goed hoorbaar zijn. Veel gebruikte methode voor het spelen van meerstemmige composities. Dit in tegenstelling tot rasgeado, de methode waarbij het akkoord als geheel wordt gespeeld.

     

    Barok

    Stijlperiode, van de 17e eeuw tot en met de eerste helft van de 18e eeuw. In muzikaal opzicht vooral het tijdperk van Johann Sebastiaan Bach.

     

    Begeleide lied

    Voor gitaristen een manier om de zanger of zangeres muzikaal te begeleiden, waarbij het instrument dus minder als solo-instrument wordt gebruikt.

     

    Bourdon

     1. Een set snaren die in kwint of octaaf gestemd zijn

     2. Liggen blijvende toon onder een veranderende melodie. Een mooi voorbeeld hiervan vormt de doedelzak, waarbij continu een toon klinkt onder de gespeelde melodie.

    Bij snaarinstrumenten werd de bourdon ook wel bereikt door de toevoeging van meeklinkende snaren, die een resonantie lieten horen door het meeklinken of door het apart aanslaan van de snaar.

     

    Broken consort

    In vooral de Engelse Barok is het broken consort een ensemble dat bestaat uit instrumenten afkomstig van verschillende muzikale families. Hierin kun je snaarinstrumenten naast blazers en slagwerk vinden.

     

    Chordofonen

    Andere naam voor snaarinstrumenten.

     

    Continuo

    Ook wel basso continuo. Een methode van begeleiden (van de zang) die in de Barok veel werd gebruikt. Hierbij is de baslijn altijd uitgeschreven, maar de andere partijen van de begeleiding worden vaak via improvisatie gemaakt. Met continuo wordt ook wel het ensemble aangeduid dat de begeleidende partij speelt.

     

    Contrapunt

    Een wat lastig te omschrijven term, maar het komt er op neer dat er verband is tussen twee of meer aparte stemmen binnen een compositie. Ook wel polyfonie of meerstemmigheid te noemen. De tegenhanger van contrapunt is harmonie, waarbij vooral op de samenklank van de akkoorden gelet wordt. Je kunt ook zeggen dat bij contrapunt naar de horizontale lijnen  wordt gekeken en bij harmonie naar de verticale.

     

    Darm

    Dierlijk materiaal dat gebruikt werd voor het maken van snaren en frets. Bij frets betekende dit vaak dat deze dan ook verplaatsbaar waren over de hals, om de verschillende stemmingen te kunnen bereiken.

     

    Diatoniek / Diatonische toonladder

    Bij diatoniek wordt het octaaf in acht grote en kleine afstanden verdeeld, wat in de Westerse muziek gebruikelijk is. De diatonische toonladder bevat dan alle acht noten die het octaaf verdelen.

     

    Dissonant

    Een in onze oren 'wringende' samenklank van twee of meer tonen. Dit in tegenstelling tot de consonant, die wel 'mooi' klinkt.

     

    Dubbelkorigheid

    Binnen de gitaargeschiedenis betekent dit gewoonlijk dat een snaar wordt gedubbeld door een tweede snaar met dezelfde klank of met een octaaf verschil. Tegenwoordig zien we nog de 12-snarige gitaar, waarbij elke snaar gedubbeld is.

     

    Ebben

    Houtsoort, donker van kleur, vaak gebruikt voor de toets van de gitaar.

     

    Enharmonie

    Een manier om de benaming van de verschillende tonen te kunnen veranderen, zonder de eigenlijke toonhoogte te wijzigen. Tegenwoordig zijn bv. op de gitaar de des (verlaagde d) en de cis (verhoogde c) vrijwel gelijk klinkend, in de tijd van de luit kon dit nog wel eens afwijken, waardoor het spelen van de ene noot wel en de andere niet goed klonk. Via enharmonie kon aangegeven worden welke noot nodig was.

     

    Fandango

    Een vooral Spaanse dansvorm in 3/4 maatsoort. Een beroemd fandango is die uit het 5e gitaarkwintet van Luigi Boccherini, met daarin het gebruik van castagnetten, een Spaans slagwerkinstrument dat vaak in de flamenco muziek wordt gebruikt en dat bestaat uit twee houten onderdelen die op elkaar geslagen worden om de toon te maken.

     

    Fantasia

    Muziekvorm met een zeer vrije structuur. In de meeste fantasia's verschijnt eerst het thema, waarna hier ofwel op voortgeborduurd wordt, ofwel via andere thema's een vrijer werk word gecomponeerd.

     

    Fichte

    Houtsoort, fijne spar. Deze soort wordt tegenwoordig vaak gebruikt om het bovenblad van de gitaar van te maken.

     

    Frets

    De staafjes die dwars op de toets (het zichtbare, platte deel van de hals) van de gitaar of luit liggen. Vroeger waren de frets vaak van darm (en soms verplaatsbaar), tegenwoordig van metaal. Door het indrukken van de snaar vlak achter de fret wordt een hogere toon gefabriceerd t.o.v. het niet indrukken van de snaar.

     

    Harmonie

    Samenklank in de muziek. Een harmonie kan bestaan uit twee of meerdere tonen die tegelijk worden gespeeld, ook in combinatie met een soms losstaande melodie of melodische lijn.

     

    Hiel

    De hiel van de gitaar bevindt zich op het punt waar de klankkast en de hals samenkomen, aan de achterkant van de gitaar. De hiel dient ter versteviging van deze bevestiging en loopt vaak iets in de klankkast door.

     

    Intabulatie

    Een op tabulatuur gezet muziekstuk.

     

    Kam

    Het punt waar de snaar overheen loopt naar de kop en de stemschroeven van de gitaar, en aan de kant van de klankkast naar het bevestigingspunt van de snaar. De tegenwoordigen gitaren bevatten meestal witte kammen, gefabriceerd van ivoor of plastic. Tussen beide kammen bevindt zich de mensuur, het klinkende gedeelte van de snaar.

     

    Kamermuziek

    Muziek voor een klein ensemble. Vroeger werd dit letterlijk in de huiskamer uitgevoerd, vandaar de naam. Tegenwoordig wordt kamermuziek ook wel op concertpodia gespeeld, vaak in ensembles die uit niet meer dan vijf of zes personen bestaan. De meest voorkomende kamermuziekensembles zijn strijkkwartetten of combinaties van strijkinstrumenten met piano.

     

    Koren

    In de gitaargeschiedenis: de stemmen van de gitaar, niet te verwarren met de snaren. Een 5-korige gitaar laat 5 stemmen (of toonhoogten) horen, maar kan wel tien of meer snaren bevatten. Elk koor (elke stem) wordt dan gedubbeld met een snaar die op dezelfde toonhoogte ligt, of een octaaf hoger of lager.

     

    Krans

    Het gedeelte van de gitaar rondom het klankgat en onderdeel van het rozet. Vaak is de krans ingelegd en versierd.

     

    Kwart

    Toonsafstand van vier, bijvoorbeeld van c naar f. Bij het bepalen van de toonsafstand wordt altijd de eerste en de laatste toon meegeteld. Bij de stemming van de gitaar is de kwart de toonsafstand tussen de snaren, behalve tussen 3e en 2e snaar, dat is een terts (afstand van 3).

     

    Kwint

    Toonsafstand van vijf, bijvoorbeeld van c naar g. Bij het bepalen van de toonsafstand wordt altijd de eerste en de laatste toon meegeteld.

     

    Mahonie

    Houtsoort die bij de bouw van de gitaar vaak wordt gebruikt voor het maken van de hals en de kop.

     

    Mensuur

    Het klinkende gedeelte van de snaar. De mensuur bevindt zich tussen de beide kammen en is tegenwoordig gewoonlijk zo'n 65 cm. Je kunt de mensuur ook zien als het gedeelte van de snaar waar je op speelt: met de rechterhand sla je de snaren aan, met de linkerhand verander je de toonhoogte.

     

    Middeleeuwen

    Periode uit onze geschiedenis die zich uitstrekt van het jaar 500 tot 1500. Men noemt het ook wel de periode tussen de oudheid en de vroeg-moderne tijd. Voor de gitarist is de Middeleeuwen de periode waarin de luit zijn perfectie bereikte.

     

    Octaaf

    Toonsafstand van acht, bijvoorbeeld van c naar c'. Bij het bepalen van de toonsafstand wordt altijd de eerste en de laatste toon meegeteld. Op de gitaar kun je ongeveer 3,5 octaaf spelen, vanaf de lage e naar de b op de 1e snaar die zich vlak naast het klankgat bevindt.

     

    Palissander

    Houtsoort die bij de bouw van de gitaar vaak wordt gebruikt voor de krans en het achterblad.

     

    Partita

    Oorspronkelijk de naam van een solo-muziekstuk, maar later gebruikt als benaming voor een verzameling van muziekstukken, ook wel suite genoemd. Bekend hierin zijn de partita's van Bach voor viool, die voor een deel terug te vinden zijn als luitsuites.

     

    Plectrum

    Een klein, driehoekig plaatje waarmee de snaren kunnen worden aangeslagen. Vroeger gemaakt van been, nu gewoonlijk van plastic. Het gebruik van een plectrum zegt vaak iets over de gitaar. Meestal gebruikt men een plectrum bij het bespelen van staalsnarige gitaren, omdat dit makkelijker speelt. Ook wordt een plectrum vooral gebruikt voor het akkoordspel, waarbij alle zes (of de meeste) snaren tegelijkertijd worden aangeslagen.

     

    Polyfonie

    Ook wel meerstemmigheid genoemd. Een vorm van muziek waarbij meerdere stemmen tegelijk te horen zijn, waarbij de stemmen gelijkwaardig zijn. Mooie voorbeelden van polyfonie zijn  de canon (waarbij een bepaalde melodie door een andere stem letterlijk wordt herhaald) en de fuga (waarbij de herhalende stem gevarieerd kan worden).

     

    Positie

    Voor de gitarist is de positie bepaald door de plaats van de wijsvinger van de linkerhand. Speelt men bijvoorbeeld een toonladder in de vijfde positie, dan bevindt de wijsvinger zich telkens op of boven het vijfde vak.

     

    Positiespel

    Hiermee wordt het bespelen van de gitaar hoger dan de basispositie bedoeld, bijvoorbeeld vanaf het vijfde of zevende fret. Vanaf het moment dat de bouw van de gitaar het toeliet kon er positiespel worden gebruikt, voor die tijd was de hals van het instrument zo kort dat er maar enkele frets op geplaatst konden worden. Met het invoeren van de gelijkzwevende temperatuur of stemming kon men bepaalde noten zonder problemen op andere (lager klinkende) snaren gaan spelen, zonder de klankkwaliteit te benadelen.

     

    Punteado

    Letterlijk betekent dit gespikkeld of gevlekt, in de gitaarmuziek betekent dit het bespelen van de snaar met de toppen (of nagels) van de vingers. Voordat het punteado spel werd ingevoerd, speelde men wel met een plectrum of gebruikte men de rasgeado techniek.

     

    Rasgeado

    Techniek voor de vingers van de rechterhand waarbij de snaren tegelijkertijd in een ritmisch patroon worden aangeslagen. Tegenwoordig wordt deze techniek vooral door flamenco gitaristen toegepast.

     

    Recital

    Muzikaal optreden, meestal door een solist of een klein ensemble. Men denkt dat componist Franz Liszt het pianorecital heeft bedacht.

     

    Register

    De relatieve hoogte van een toon of een groep tonen. Het register wordt wel gebruikt om aan te geven in welke groep bepaalde instrumenten vallen. Zo kun je zeggen dat een viool binnen een hoger register valt dan een cello, een een sopraan binnen een hoger register dan een bas.

    De term register wordt ook wel gebruikt om aan te geven welke knoppen een organist moet uittrekken of induwen om een bepaalde klank te krijgen.

     

    Renaissance

    Periode van onze geschiedenis die ruwweg van de 14e tot aan de 17e eeuw loopt, ook wel gezien als de brug tussen de Middeleeuwen en de moderne geschiedenis. De Renaissance was een periode waarin, mede door de vele reizen die men maakte, veel tussen verschillende culturen werd uitgewisseld. Dit was ook te merken in de muziek, door het introduceren van 'vreemde' elementen in de composities.

     

    Resonantie

    Resonantie bij de gitaar ontstaat wanneer een trillende snaar ook een andere snaar in trilling brengt. Je kunt dit ontdekken wanneer je de 1e snaar (de hoogst klinkende snaar) vrij hard aanslaat en daarna direct afdempt. Door de resonantie klinken de andere snaren dan door.

     

    Ribben

    Balkjes die zich aan de binnenzijde van de gitaar bevinden, niet alleen ter versteviging, maar ook om de resonantie en de klank van het instrument te verbeteren.

     

    Ribbenconstructie

    De manier waarop de ribben aan de binnenzijde van de gitaar zijn bevestigd. In de loop van de gitaargeschiedenis veranderde deze van een evenwijdige naar een waaiervorm.

     

    Rozet

    Bij de luit zag men nog geen klankgat, maar op die plek bevond zich een vaak rijk versierd rozet, dat wel verschillende gaten bevatte om de klank te bevorderen. Bij de gitaar zou het rozet verdwijnen om plaats te maken voor een klankgat, dat wel rondom versierd kon zijn met een (ingelegde) krans.

     

    Secunde

    Toonsafstand van twee, bijvoorbeeld van c naar d. Bij het bepalen van de toonsafstand wordt altijd de eerste en de laatste toon meegeteld.

     

    Snaren

    Een gespannen draad die een toon kan opwekken. De snaar op een muziekinstrument werd vroeger vaak van (varkens)darm gemaakt, later van metaal of nylon. Op de tegenwoordige gitaar zijn alle snaren van nylon, maar de laagst klinkende drie snaren zijn omwonden met een dunne metaaldraad.

     

    Stemknoppen

    Dit zijn de knoppen waaraan gedraaid wordt om de stemming van de gitaar aan te passen.

     

    Stemming

    De manier waarbij op een instrument de tonen onderling zijn verdeeld. De stemming van de gitaar kun je aangeven door de afstanden te noemen tussen de snaren en dat is van laag naar hoog: kwart-kwart-kwart-grote terts-kwart. Door het veranderen van de stemming is het mogelijk bepaalde werken makkelijker te spelen. In de popmuziek worden wel andere stemmingen gebruikt om de grepen voor de linkerhand te vereenvoudigen.

     

    Stemschroeven

    De schroeven die ervoor zorgen dat de snaar wordt opgerekt, om zo de toonhoogte aan te passen. De stemschroeven worden aangedreven door de stemknoppen.

     

    Suite

    Verzameling van muziekstukken, vaak dansen. Vele componisten hebben suites geschreven, voor zowel solo-instrumenten als voor ensembles en orkesten.

     

    Tabulatuur

    Manier om het te spelen werk te noteren, zodat te zien is welke noot waar op het instrument gespeeld moet worden. De eerste tabulaturen verschenen voor de luit, maar je kunt nog steeds tabulaturen voor gitaar vinden, nu meestal tabs genoemd.

     

    Temperatuur

    Op een bepaald moment in de gitaarhistorie wordt de gelijkzwevende temperatuur gebruikt voor het stemmen van het instrument. Verbeteringen van de gitaar hebben het nu mogelijk gemaakt om zonder 'vals' te klinken dezelfde noot op een andere snaar te spelen.

     

    Terts

    Toonsafstand van drie, bijvoorbeeld van c naar e. Bij het bepalen van de toonsafstand wordt altijd de eerste en de laatste toon meegeteld.

     

    Tirando

    Manier van aanslaan van de snaar, gebruikt om de trekkende beweging aan te duiden. Deze verschilt van de vallende aanslag, waarbij de vinger op de volgende snaar 'valt'. Bij het tirando spel beweegt de vinger zich van de snaar af, een meer plukkende beweging.

     

    Toets

    Het (zichtbare) gedeelte op de hals van de gitaar, waar de frets zich bevinden. Vaak gemaakt van het harde en donkere ebbenhout.


    Tokkelinstrument

    Snaarinstrument dat door middel van tokkelen bespeeld wordt. Dit zijn bijvoorbeeld de luit, de gitaar en de harp.

     

    Transcriptie

    Omzetting van een bestaand muziekstuk naar een ander instrument. Er bestaan veel transcripties voor gitaar van liederen, maar ook van bijvoorbeeld pianowerken. Luister eens naar de transcriptie voor gitaar van Pictures at an Exhibition (De Schilderijententoonstelling) van Mussorgsky, een werk dat oorspronkelijk voor piano gecomponeerd werd en later voor orkest en dus ook gitaar bewerkt.

     

    Tremolo

    Manier van spelen waarbij de noten snel achter elkaar worden aangeslagen. De compositie Recuerdos de Alhambra van Francisco Tarrega behoort tot de beroemdste werken voor gitaar waarin de tremolo gebruikt wordt.

     

    Unisono

    Met deze term wordt aangeduid dat verschillende stemmen of instrumenten dezelfde toon spelen, soms ook wel in octaaf.

     

    Variatie

    In de muziek wordt de variatie vaak gebruikt om een thema te veranderen. We zien vaak het Thema & Variaties, waarbij eerst het thema wordt gepresenteerd en daarna op dit thema wordt ingespeeld. In de loop van de geschiedenis komen de variaties steeds verder van het oorspronkelijke thema af te staan.

     

    Vieil Accord

    De ouderwetse stemming van de luit: c-f-a-d-g. Deze stemming was ten tijde van de eerste luitpublicaties vrij algemeen gebruikt.

     

    Voorblad

    Ook wel bovenblad genoemd. Dit is het gedeelte van de gitaar waarin het klankgat zich bevind en wat gewoonlijk op de luisteraar gericht is.

     

    Waaierconstructie
    Een manier om de ribben aan de binnenkant van de gitaar te bevestigen. De waaierconstructie werd bedacht om de klankkwaliteit van de gitaar te verbeteren.