© 2013 Gitaarschool Niesten. Proudly created with Wix.com

    De geschiedenis van de gitaar, hoofdstuk 8

    Het moderne instrument

     

     

    Torres en daarna.

    Antonio de Torres Jurado (1817 - 1892) was een leerling van Jose Pernas, maar hij overtrof zijn meester al snel. Zijn bijdrage aan de gitaarbouw is van groot belang. Toch vernieuwde hij het instrument niet zozeer, maar hij vergrootte de proporties van de bouw. Zo vergrootte hij de romp, verbreedde hij de toets, maakte hij de mensuur constant 65 cm. en breidde het aantal stralen van de waaier uit.

    De toename van de grootte was een traag proces, want sinds de toevoeging van de 6e snaar in de 2e helft van de 18e eeuw, bleef de grootte gelijk tot aan de 2e helft van de 19e eeuw.

     

    Torres was de eerste van een groep belangrijke Spaanse bouwers:

    Vicente Arias                  (ca.1845 - 1912)

    Manuel Ramirez            (1869 - 1920)

    Enrique Garcia               (1868 - 1922)

    Santos Hernandez        (1873 - 1951)

    Domingo Esteso           (1882 - 1937)

    Francisco Simplicio      (1874 - 1932)

    Marcello Barbero          (gest. 1957)

     

    De houtsoorten die gewoonlijk voor de bouw van de gitaar werden gebruikt waren:

    fichte (fijne spar) voor het bovenblad

    palissander voor krans en achterblad

    mahonie voor hals en kop

    ebben voor de toets

     

    Persoonlijke verschillen per bouwer uitten zich vooral in de vorm van de kop en het geheim zit hem in het binnenwerk. Daarna in het bovenblad (bebalking en dikte), want Torres toonde het geringe belang van krans en achterblad aan door een gitaar te bouwen waarbij dit gedeelte uit papier-mache bestond.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Naar het volgende hoofdstuk: De gitaristen van de 19e eeuw.

     

     

    Afbeeldingen op deze pagina: gitaren en details van gitaren gebouwd door Torres.